8 Mei 2026
De eekhoorn in Nederland – een dier met diepe wortels
De rode eekhoorn (Sciurus vulgaris) is een van die dieren die zo vanzelfsprekend in ons landschap lijken te horen, dat je bijna vergeet hoe oud zijn band met Nederland werkelijk is. Hij leefde hier al toen het land nog bestond uit oerbossen, rivierduinen en moerassen — lang voordat er dorpen, akkers of dijken waren.
Geschiedenis
Archeologische vondsten uit het Mesolithicum (10000–5300 v. Chr.) en Neolithicum (5300–2000 v.Chr.) tonen aan dat de soort al vroeg deel uitmaakte van het leven van de eerste bewoners. Zelfs Pleistocene resten wijzen op een nog oudere aanwezigheid, uit warmere perioden tussen de ijstijden in. De eekhoorn is dus geen nieuwkomer, geen dier dat door handel of kolonisatie werd meegebracht, maar een wezen dat met het landschap is meegegroeid.
In de middeleeuwen duikt de eekhoorn op in geschreven bronnen, vaak als bontdier. Zijn zachte wintervacht werd gebruikt voor kleding en voering, en in sommige streken werd hij actief bejaagd. Toch bleef hij overal aanwezig waar bomen stonden: in de bossen rond kloosters, op landgoederen, in de jonge eiken- en beukenbossen die door mensenhanden werden aangeplant. De eekhoorn paste zich aan, vond voedsel waar het te vinden was en bleef een vaste bewoner van het Nederlandse landschap.
In de negentiende en vroege twintigste eeuw kreeg de soort het moeilijker. Intensieve houtkap, versnippering van bossen en jacht zorgden lokaal voor afnames. Op enkele plekken verdwenen eekhoorns zelfs volledig. Daarom werden in de twintigste eeuw herintroducties uitgevoerd, onder meer op de Veluwe en in de Utrechtse bossen. Met de aanleg van naaldbossen en voedselrijke parken herstelde de populatie zich. Vandaag is de eekhoorn opnieuw een vertrouwde verschijning, al blijft hij kwetsbaar voor verkeer, roofdieren en verlies van leefgebied.
De grijze eekhoorn: een nieuwkomer die het evenwicht verstoort
Terwijl de rode eekhoorn een oeroude bewoner van Europa is, kent het continent sinds de negentiende eeuw een nieuwkomer: de grijze eekhoorn (Sciurus carolinensis), afkomstig uit Noord-Amerika. De soort werd in 1876 voor het eerst uitgezet in Engeland, als sierdier op landgoederen. In de decennia daarna volgden meer uitzettingen in parken en tuinen. In 1948 werd de grijze eekhoorn ook in Italië geïntroduceerd, waarna hij zich langzaam uitbreidde over delen van het vasteland.
De gevolgen bleken ingrijpend. De grijze eekhoorn is groter, sterker en efficiënter in het verteren van zetmeelrijk voedsel. Hij plant zich sneller voort en draagt bovendien het squirrelpox-virus, dat voor hemzelf onschadelijk is maar voor rode eekhoorns dodelijk. In grote delen van Engeland en delen van Italië is de rode eekhoorn daardoor vrijwel verdwenen. Nederland heeft de soort niet, en doet er alles aan om dat zo te houden: het houden, verhandelen of uitzetten van grijze eekhoorns is verboden, en eventuele waarnemingen worden streng opgevolgd.
Nesten: architectuur van een solitair dier
En dan, tussen al die grote lijnen van geschiedenis en verspreiding, is er dat kleine, intieme detail dat de eekhoorn zo’n bijzonder dier maakt: zijn nesten. Wie omhoog kijkt, ziet soms een bolvormige constructie tussen de takken: het nest van de eekhoorn, zorgvuldig geweven uit twijgen, bladeren en mos. De eekhoorn leeft alleen, en dat zie je terug in zijn nestgedrag. Hij bouwt meerdere nesten in zijn leefgebied, elk met een eigen functie. Het hoofdnest is zijn vaste rustplaats, stevig gebouwd en gevoerd met zachte materialen. Daarnaast maakt hij schuilnesten, die dienen als tijdelijke toevlucht bij slecht weer of gevaar. Door regelmatig van nest te wisselen, voorkomt hij dat parasieten zich ophopen.
Het meest bijzondere nest is het kraamnest, dat alleen door het vrouwtje wordt gebouwd. Het is groter, steviger en beter geïsoleerd dan de andere nesten, met een dikke binnenlaag van mos en bladeren. Hier worden de jongen geboren, blind en kwetsbaar, volledig afhankelijk van de zorg van hun moeder. Het mannetje speelt geen rol in de opvoeding; na de paring verdwijnt hij weer uit beeld. De eekhoorn is een uitgesproken eenoudergezin: het vrouwtje voedt, beschermt en — als het moet — verhuist haar jongen naar een veiliger nest, waarbij ze ze één voor één in haar bek draagt.
Bronnen
- Bosch, J., & Lurz, P. (2012). The Eurasian red squirrel: Ecology and conservation. Oxford University Press.
- Gurnell, J., Lurz, P. W. W., & Bertoldi, W. (2014). The grey squirrel in Europe: Impacts and management. European Squirrel Initiative.
- Holling, M., & McInnes, C. (2015). Historical introductions of grey squirrels to Great Britain. Mammal Review, 45(4), 299–310.
- Langeveld, B. (2010). Fossiele zoogdieren uit Nederland: Eekhoorns en andere knaagdieren. Nederlandse Geologische Vereniging.
- Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (2023). Beheer van invasieve exoten in Nederland.
- Sykes, N., & Curl, J. (2010). Medieval fur trade and squirrel exploitation in Europe. Environmental Archaeology, 15(2), 113–125.
- Van den Brink, F. H. (1970). A field guide to the mammals of Britain and Europe. Collins.

Foto van een jonge eekhoorn in eigen tuin

Twee jonge eekhoorns in eigen tuin

Eekhoornnest

De grijze eekhoorn
